Mijn hond is dood. Onze lieve, trouwe, vrolijke hond. Luka.
Tuurlijk, ik heb meer vrijheid, ik kan weer een vliegtuig pakken en hoef niet meer op mijn telefoon te kijken hoe laat het is (is ze niet te lang alleen?), maar ik realiseer me dagelijks dat ik gelukkiger was mét Luka. Eén blik was genoeg, we waren helemaal op elkaar ingespeeld. De dagelijkse gewoontes die volledig op haar afgestemd waren. Op alle vakantiefoto’s zie ik haar terug — blij rennend over een Portugees strand, wakend voor onze camperbus. Altijd was ze erbij. Veertien jaar.
De regels voor rouwen
Zijn er eigenlijk regels voor rouwen? In de podcast “De jongen zonder gisteren” sprak een moeder de wijze woorden: we leren wel waar Rusland ligt, maar niet hoe we moeten rouwen. We rouwen als er een dierbare in onze omgeving overlijdt, maar ook als een relatie eindigt, of als er ongewenst een einde komt aan een baan. Of, zoals in mijn geval, als je hond overlijdt. Maar hoe lang mag je rouwen als het een huisdier betreft? Welke termijn staat hiervoor? Antoinnette Scheulderman schreef hier een boekje over: dan neem je toch gewoon een nieuwe.De eerste vraag die bijna iedereen uit mijn omgeving mij stelde na het inslapen van mijn hond was: neem je een nieuwe hond? Alsof een nieuwe hond het gemis weg zou nemen, of het verdriet minder groot zou maken.
Het is nu tweeënhalve maand geleden dat we haar hebben laten inslapen. Het gemis is er nog steeds, overal. Haar ogen volgden mij de hele dag. Als ik thuiskom, komt er niemand meer enthousiast naar me toe — het huis voelt leeg. Als ik in de tuin ga zitten, komt zij niet meer naast me liggen. Overal waar ik was, was zij. Geen vragende ogen meer in de achteruitkijkspiegel tijdens een autorit. Altijd zin in wat komen ging, benieuwd naar het avontuur.
Voor mensen die zelf geen huisdier hebben gehad, of niets met dieren hebben, is dit misschien lastig te begrijpen. Dat snap ik. Maar onze hond was een huisgenoot — zij deed volwaardig mee in ons dagelijks bestaan. En dat mis ik. Ja, ook nu nog, na tweeënhalve maand.
Iedereen rouwt op zijn eigen manier. De een praat er veel over, de ander juist niet. De een zoekt troost in rituelen — een foto ophangen, een kaars aansteken, een vaste wandelroute blijven lopen. De ander in stilte, of gewoon in tijd. Er is geen goede of foute manier, en geen vaste duur.
Nemen we een nieuwe hond? Waarschijnlijk wel. Ooit.

Recente reacties