Twee dochters belden me. Hun vader was net overleden. Een vrije geest. Ze wisten dat hij geen formeel afscheid wilde met rijtjes gasten, foto’s en muziek — vooral geen poespas. Gewoon simpel, met kinderen en kleinkinderen. Geen eikenhouten kist voor hem — ze wilden zelf een doek maken waarin hij gewikkeld zou worden.

Het werd een paarse tie-dye doek — thuis gemaakt, met de handen bezig. Iets voor hem kunnen doen, in die eerste dagen.

Ze waren wel bang dat het te confronterend zou zijn voor de kleinkinderen — een wade laat de contouren van een lichaam zien, en dat kan heftig zijn. Daarom kozen we voor een open wilgentent. Voordat de familie binnenkwam, vlocht ik takken klimop tussen het vlechtwerk, zodat de wade minder zichtbaar was. Iedereen die kwam, nam bloemen mee, en tijdens het afscheid werden die tussen de klimop in de mand gestoken. Aan het einde van de dienst lag er een heel bloemenbed — en daaronder, verstopt, de paarse doek.

Steeds vaker zie ik dit: nabestaanden die zelf een doek kiezen of maken voor wie is overleden, in plaats van een kist. En ik snap wel waarom.

Een wade voelt dichterbij. Het lichaam is zichtbaar en voelbaar, je kunt de contouren nog zien, er een bloem op leggen, nog een laatste keer aanraken. Het materiaal — katoen, linnen, wol of zijde — is bovendien volledig natuurlijk en biologisch afbreekbaar, wat mooi past bij een natuurbegraafplaats of een duurzame uitvaart. Voor kinderen voelt het vaak minder afstandelijk dan een houten kist. En het inwikkelen zelf kan een waardevol ritueel zijn — iets wat je als naasten samen doet, met je handen.

Mag je een wade zelf maken?

Ja, dat mag. Een paar dingen zijn dan wel belangrijk. De stof moet volledig natuurlijk en afbreekbaar zijn — katoen, linnen, hennep, wol of zijde, onbewerkt. Synthetische stoffen, ritsen, metalen knopen of plastic sluitingen mogen niet; gebruik in plaats daarvan houten knopen of linten van hetzelfde materiaal. En een lichaam mag nooit los in een wade worden begraven of gecremeerd — er is altijd een houten opbaarplank of draagbaar nodig.

Qua afmetingen: de juiste maat voor een zelfgemaakte lijkwade is doorgaans 250 tot 300 cm lang én 250 tot 300 cm breed. Als handige richtlijn geldt: de lengte van de overledene plus minimaal 60 cm extra voor de omslagen.

Zelf aan de slag

Zelf aan de slag gaan met een lijkwade begint met een lap katoen of linnen in de juiste maat — of een persoonlijke doek die al jaren meegaat, zoals een favoriete sprei. De randen kun je afzomen met biologisch afbreekbaar garen, maar je kunt er ook voor kiezen de rand te laten rafelen voor een mooi natuurlijk effect. Van de restjes stof knip je linten om de wade straks mee dicht te binden. Verder kun je het zo persoonlijk maken als je wilt: verven, beschrijven, borduren, een lapje opnaaien — zoals de paarse tie-dye doek, gemaakt met twee dochters aan een keukentafel.

Bij de uitvaart zelf wordt de doek in de lengte op de draagbaar gelegd, en de overledene in het midden. Daarna sla je de zijkanten als een wikkeldeken over elkaar heen, en vouw je de onder- en bovenkant dicht — eigenlijk net als bij het inpakken van een cadeau. Tot slot bind je de zelfgemaakte linten eromheen. Ik help hier graag bij, zodat je op dat moment zelf niet hoeft te puzzelen.

Je hoeft de wade trouwens niet meteen helemaal te sluiten. Je kunt er ook voor kiezen om eerst een gedeelte open te laten, en de doek gedurende de opbaring elke dag een stukje verder dicht te vouwen. Op een gegeven moment kunnen de naasten er dan samen voor kiezen om een moment in te lassen waarop de wade ritueel gesloten wordt — een laatste, bewust moment samen, in plaats van dat het in één keer gebeurt. Belangrijk om vooral te kiezen waar jullie je fijn bij voelen.

Voor- en nadelen

Zoals bij alles is het goed om ook de andere kant te kennen. Een wade heeft geen eigen stevige bodem, dus je hebt altijd een aparte draagbaar of opbaarplank nodig. Omdat de stof soepel is, zijn de contouren van het lichaam zichtbaar — sommige mensen vinden dat confronterend, zoals die twee dochters ook voelden voor hun kinderen. Bij een begraving komt de aarde bovendien direct op de doek terecht, wat niet voor iedereen prettig voelt. En niet elke begraafplaats of elk crematorium is standaard ingesteld op een wade in plaats van een kist — vraag dit dus altijd vooraf na.

Voor die vader werd het uiteindelijk geen sobere kist, maar een paarse doek in een wilgentent vol takken en bloemen uit de tuin. Een bed van liefde — precies wat bij hem paste.

Overweeg je zelf een wade, of wil je gewoon weten wat er allemaal kan? Bel of mail me gerust, ik denk graag met je mee. 020 2157949.